De Oosterschelde kering & de Zeelandbrug

Oosterschelde Kering & Zeelandbrug

Wist u dat tot 1960 Noord Beveland alleen met de boot bereikbaar was? Tegenwoordig zijn er goede verbindingen met het vaste land, via de beroemde bouwwerken als de Zeelandbrug en de Oosterscheldekering.
Tot de jaren tachtig van de vorige eeuw was de Oosterschelde een open rivierdelta, waar het zoute water die de rivierarm in stroomde en het mengde zich met zoet rivierwater.

Zeeland werd keer en keer getroffen door watersnoden, waarbij grote delen land werden verwoest:  De eerste vloeden (838 en 1014); De St. Elizabethsvloeden (1404 en 1421);  De Allerheiligenvloed (1570);  De Kerstvloed (1717) en  De Zuiderzeevloed (1916),
In de Tweede Wereldoorlog loopt het Zeeuwse landschap ook veel schade op. Dijken worden gebombardeerd en land wordt ook opzettelijk onder water gezet om de Duitsers weg te jagen.
De laatste overstroming was in 1953, toen maar liefst 89 dijken doorbraken. Men besloot snel daarna om dammen te gaan bouwen en zo Zuid Nederlad beter te  beveiligen tegen overstromingen. Maar hoe veilig het gebied ook moest worden, de Nieuwe Waterweg en de Westerschelde moesten open blijven vanwege het economisch belang van de havens van Rotterdam en Antwerpen. Zo ontstond het plan voor de uiteindelijk 9 kilometer lange Delta Werken. Het plan zou in 25 jaar uitgevoerd worden.

Oosterscheldekering: Oorspronkelijk wilde men de Oosterschelde afdammen. Maar omdat men het unieke zoutwatermilieu van de Oosterschelde wilde behouden, de mossel- en oesterteelt en de getijdenwerking in stand wilden houden, werd besloten om een kering aan te leggen, die slechts bij extreme waterstanden gesloten zou hoeven te worden. Deze stormvloedkering werd uiteindelijk 3 km lang worden en bestaat uit 65 betonnen pijlers, die varieren in een hoogte tussen 30 en 38 meter.  De pijlers werden gezet op met grint gevulde kunststof matten, dit om het gewicht van een pijler (18 duizend ton) te kunnen dragen. Tussen de pijlers werden tenslotten 62 stalen schuiven geinstalleerd. Zo werd de Oosterschelde kering de grootste kering ter wereld. Op 4 oktober 1986 opende koningin Beatrix de kering.
Na de invoering van het Deltaplan is de Oosterschelde erg veranderd: het is van de rivieren afgesneden, de oppervlakte is enorm afgenomen, de stroming is afgenomen, het getijverschil is afgenomen en het water is helderder geworden.
Naast de beschreven keringen en dammen, zijn er de afgelopen vijftig jaar ook een tweetal andere interessante bouwprojecten geweest, die Zeeland beter bereikbaar maakten.  De Zeelandbrug (1965) tussen Noord-Beveland en Schouwen Duiveland, die met zijn 5,5 km nog steeds een van de langste van Europa is.  En de 6,6 km lange  Westerscheldetunnel (2003) die Zeeuws Vlaanderen met de rest van Nederland verbindt. (op het diepste punt ligt deze tunnel 60 meter onder de zeespielgel!

Neeltje Jans was tijdens de bouw van de Oosterschelde kering (gereed 1986) een werkeiland. Daarna werd het ingericht met verschillende duinvormen, een natte duinvalllei, een duinmeertje en een slufter. Nu is het een gevarieerd, bijzonder duingebied met vele dieren en planten.

In het watersnoodmuseum vindt u alles over de watersnoodramp van 1953, over het leven onder water en hoe de zeespiegel momenteel verandert. Dit museum is gevestigd in de vier Phoenix caissons die op 6 nov. 1953 het laatste dijkgat van deze grote ramp sloten.

Op deltawerken.com. vindt u alles over de geschiedenis en de enorme omvang van de delta werken. Op de site beleefdedeltaroute.nl vindt u diverse routes en uitjes gelieerd aan de deltawerken.

In december 2015 was de Zeelandbrug 50 jaar geopend en verscheen er een documentaire over de brug op you tube