Bruinvissen hebben grote en vette vissen nodig

22-11-2015 19:14

Om warm te blijven in de koude zee eten bruinvissen dagelijks ongeveer tien procent van hun eigen gewicht aan vis. Ze eten vooral grondels, wijting, zandspieringen, haring en sprot.  Die vis moet dus in ruime mate voorhanden zijn, liefst makkelijk te vangen en rijk aan calorieën. Verhongering is een constant risico voor dit zeezoogdier. Daarnaast zijn verdrinking in op de bodem staande netten en predatie (het doden en opeten) door grijze zeehonden een belangrijke doodsoorzaak. Dat blijkt uit onderzoek van Mardik Leopold van IMARES Wageningen UR, waar hij op 20 november op promoveert aan Wageningen University.

In het Nederlandse deel van de Noordzee is de populatieomvang circa 50 duizend. Met een beetje geluk kom je bruinvissen (de kleinste walvissoort) ook in de Oosterschelde tegen. Dit is uniek omdat ze normaal niet voorkomen in een deels afgesloten zeearm. Na lange afwezigheid worden ze sinds 1986 weer gesignaliseerd en sinds 2005 is er zelfs een behoorlijke populatie. Een bruinvis kan maximaal 1,90 m lang worden. In het voorjaar krijgen ze kalfjes. In de Oosterschelde zijn de afgelopen jaren meerdere bruinviskalfjes geboren.

Men onderzocht individuele bruinvissen (leeftijd, conditie) en keek daarbij ook naar de externe omstandigheden (seizoen, locatie) wat het dieet van bruinvissen kan beïnvloeden. De magen van 829 bruinvissen, die tussen 2005 en 2014 dood aanspoelden op de Nederlandse kust, zijn onderzocht op voedselresten.

Bruinvis (foto: Richard Witte van den Bosch)
Bruinvis (foto: Richard Witte van den Bosch)

Veel vette vis
In de magen trof men in totaal zo’n 70 verschillende prooisoorten aan. Vier typen prooi zijn echt belangrijk: grondels, kabeljauwachtigen (vooral wijting), zandspieringen en haringachtigen (haring en sprot). In de Westerschelde worden ook trekvissen zoals spiering gegeten. Met het schoner worden van de Westerschelde keren naast de trekvissen ook de bruinvissen weer terug. Ze waren wel mager, overleven op deze riviervis is wellicht nog lastig.
Het eerste vaste voedsel van jonge bruinvissen bestaat vooral uit grondels.  Als ze ouder en groter worden hebben ze grotere vissen zoals wijting en vettere vissen zoals haring, sprot en zandspiering nodig. Grondels wegen gemiddeld maar 1 gram, dus een jonge bruinvis van 20 kilo heeft per etmaal 2.000 van deze visjes nodig. Een volwassen dier van zo’n 50 kilo kan daar niet meer mee toe. Hij zou er dan in een etmaal continu 3,5 per minuut moet eten. Dus schakelt hij over op grotere of energierijkere soorten.