Natuur in het water

Natuur in het water

-- Onder de waterspiegel van de Oosterschelde kom je de mooiste planten en dieren tegen in de meest schitterende vormen en kleuren. De Oosterschelde herbergt maar liefst meer dan 250 diersoorten!
-- Het bekijken van de onderwaterwereld is niet persé voorbehouden aan duikers of snorkelaars: want wie bij laag water bv de oesterputten bij Wemeldinge of de kribben langs de Noord-Bevelandse kust bekijkt, krijgt een bijzonder mooie inkijk in het onderwaterleven.

--Op en in de zandige bodem van de Oosterschelde leven brokkelsterren, platvissen, sepia's, kortsnuit en langsnuit zeepaardjes, weduwerozen, garnalen, schelpdieren en allerlei soorten wormen. Tussen de stenen van dammen en dijken leven krabbetjes en kreeften. Kleurige zeeanjelieren, mosselen, zakpijpen en wieren zetten zich vast op de harde ondergrond van dijken en stenen. in vorige jaren heeft men zelfs zeepaardjes gezien, wat wijst op een steeds verbeterende Oosterschelde.
--De enige koraalsoort die Nederland kent is de Dodemansduim. Deze zachte koraalsoort was bijna verdwenen uit de Zeeuwse Delta. Men dacht dat dit kwam, doordat de Oosterschelde opgewarmd werd tengevolge van de aanleg van de Oosterschelde kering. Gelukkig heeft men sinds de tweede helft van 2011 weer Dodemansduimen waar genomen. Dit zachte koraal houdt van stevig stromend en koud zeewater.
--Sepia (oftwel zeekat) is de meest algemene soort inktvis die je tegen kunt komen in de Oosterschelde. De sepia moet al heel wat kilometers afleggen (ze verblijven ver op de Noordzee of zelfs richting de Atlantische Oceaan) en komen weer naar de Oosterschelde als daar de temperatuur van het water de 10 graden is gepasseerd. (meestal eind april). Ze trekken naar de geboortegrond waar ze zelf 2 jaren geleden geboren zijn. In de Oosterschelde zijn diverse houten stokken speciaal voor de sepia's neergezet waar ze de eieren in kapselvorm tegen afzetten. De Oosterschelde is niet alleen geboortegrond, maar ook begraafplaats, want krot na de paartijd sterft de sepia.  Die grote witte "schelpen" die je langs de vloedlijn vindt, waren de ruggenschilden van de inktvissen.
Ook de snotolf komt dan vanuit de Noordzee hier naar toe om zich voort te planten. In de 2 maanden die het duurt dat de eitjes uitkomen, blijft het mannetje constant in de buurt  om de eitjes te beschermen terwijl hij dan zelf weinig of niets eet. 
Overigens wordt het zeepaardje er regelmatig gesignaleerd. In de zomer van 2014 trof men er een "nieuwe bewoner" bij: de gedoornde zeespin (dit diertje behoort niet tot de spinachtigen, maar tot de geleedpotigen, net als garnalen en krbben)
--Ook het Veerse Meer kent een bijzonder onderwaterleven: het is een van de weinig plaatsen in Nederland waar het zuiderzeekrabbetje, de tromepetkalkkokerworm en het Palingbrood voorkomen.